
Planningsmanagement moet:
- een tijdschema voor het werk vaststellen;
- profielen van de vraag naar resources berekenen;
- planningsrapporten presenteren die geschikt zijn voor verschillende stakeholders.
Indicatoren | Niveau 2 kenmerken |
Planningsbenaderingen zijn nauw verbonden met de complexiteit van de scope, wat betekent dat er een breed scala aan 'geschikte' methoden is. Naarmate de complexiteit toeneemt, kunnen verschillende modelleringstechnieken nodig zijn om aan de behoeften van verschillende onderdelen van het werk te voldoen. De programmaplanning zal bijvoorbeeld een grotere reikwijdte hebben en gericht zijn op de consolidatie en samenvatting van meerdere project- en bedrijfswijzigingsplannen. Erkend wordt dat op niveau 2 de modellering en planning adequaat moeten zijn, maar minder geavanceerd dan zij zouden kunnen zijn. Waarschijnlijk is de planning ook gericht op de activiteit die nodig is om de producten te leveren en is de zorgvuldigheid van de planning wellicht minder rigide voor managementactiviteiten zoals communicatie, risicobeheersing en inkoop. Op niveau 3 wordt van de organisatie verwacht dat ze een meer dan adequate aanpak hanteert en verfijning introduceert die de risico's vermindert en de tevredenheid van de aandeelhouders verhoogt. De managementactiviteiten op het gebied van communicatie, risico maatregelen en inkoop moeten met dezelfde discipline als de productieactiviteiten worden gemodelleerd, gepland en geïntegreerd. Na het bouwen van een nauwkeurig model van de planning zal een level 3 organisatie het gebruiken om alternatieve scenario's te testen, niet alleen om problemen op te lossen, maar ook om de planning voortdurend te verfijnen. Stakeholders zullen actuele planningsinformatie kunnen verkrijgen die is afgestemd op hun behoeften, in plaats van te vertrouwen op standaard planningsrapporten.
|
Werk identificeren | Het werk dat nodig is om de doelstellingen te bereiken, wordt op passende wijze geïdentificeerd en gedocumenteerd. Deze wordt regelmatig bijgewerkt met een frequentie die past bij de schaal en complexiteit van het werk. | |
Tijdsplanning | Er worden enkelvoudige of meervoudige modellen gebouwd die geschikt zijn voor de context en complexiteit van het werk. Deze worden periodiek bijgewerkt naarmate het werk wordt bewaakt en beheerd. Tijdschattingen zijn voornamelijk subjectief en er worden alleen schattingen door één persoon gemaakt. Het model wordt geanalyseerd met methoden die geschikt zijn voor de context en de complexiteit van het werk. Analyses worden herhaald om de vooruitgang weer te geven. | |
Resource planning | De ramingen van de resources zijn hoofdzakelijk subjectief en gebaseerd op algemene kennis van de gebruikte soorten resources. Het model wordt geanalyseerd met methoden die geschikt zijn voor de context en de complexiteit van het werk. Analyses worden herhaald om de vooruitgang weer te geven. | |
Rapportage | Standaardrapportages worden regelmatig verspreid. | |
Indicatoren | Niveau 3 kenmerken | |
Werk identificeren | Activiteiten die nodig zijn voor het managen van functies worden geïdentificeerd en opgenomen in het planningsmodel. | |
Tijdsplanning | De planning wordt regelmatig bijgewerkt terwijl het werk wordt bewaakt en beheerd. Alle technische en managementactiviteiten zijn in de modellen opgenomen. Tijdschattingen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op objectieve gegevens. Analyses worden herhaald om de vooruitgang weer te geven en 'wat-als'-scenario's te testen. | |
Resource planning | De resourceramingen zijn waar mogelijk gebaseerd op objectieve gegevens en op een specifieke kennis van de ingezette resources. De invloed van verschillende resources op het schema wordt begrepen. Analyses worden herhaald om de vooruitgang weer te geven en 'wat-als'-scenario's te testen. | |
Rapportage | Stakeholders worden regelmatig voorzien van planningsrapporten die afgestemd zijn op hun verschillende behoeften. |
Met dank aan het BPUG-team voor de vertaling naar het Nederlands